Posts tonen met het label Op een ander. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Op een ander. Alle posts tonen

woensdag 17 september 2014

Belgische rijsttaart en schuimpjes

Leesclub Perron 500 is het alibi voor een stel oud-studiegenoten om elkaar regelmatig te blijven zien. Het gelezen - of half gelezen - boek komt pas ter sprake als al het grote nieuws is gedeeld én als de taart van de gastheer of -vrouw is geproefd. 

Samen met de gastvrouw van de laatste bijeenkomst, maakte ik rijsttaart. Een spannende aangelegenheid, aangezien de oven een andere definitie aan 190 graden gaf dan Anders Celsius het ooit bedoelde. Met mijn losse oventhermometer erbij kwamen we na grote schommelingen toch uit op de gewenste temperatuur, al moest de taart toen echt de oven uit.

De taart kreeg een zanddeegbodem die zeer verrijkt was met vier eierdooiers. De rijstepuddingvulling werd anderszins verrijkt met een leeggeschraapt vanillestokje en slagroom. De smaak bleek perfect, precies zoals ik hoopte. De taart was wel wat te droog. Te lang in de oven, te veel schommelingen van temperatuur. Een goede reden om de Belgische rijsttaart binnenkort thuis nog eens te maken, waarbij ik recht zal doen aan de definitie van Celsius.

De taart met vier eierdooiers leverde me vier eiwitten op. Schuimpjes! Voor het eerst waagde ik me aan die exercitie. Nadat ik de receptuur uit mijn kookbijbels met elkaar vergeleken had en me verzekerd had van vetvrij materieel, sloeg ik de eiwitten stijf en voegde ik voorzichtig suiker toe. Een spuitzak uit mijn studententijd was blij weer dienst te mogen doen en weldra had ik de handigheid van torentjes spuiten te pakken. Drie uur lang stonden de schuimpjes op strak 100 graden Celsius te drogen in de oven. Glanzend witte schuimpjes waren het resultaat. Met goede keukenspullen en enige precisie is bakken eigenlijk niet zo moeilijk.

(blogpost van 23 augustus 2014)

Kersenvlaai en een oorlogsveteraan

In mijn fietstenue en met een rood hoofd van de stormachtige tegenwind kom ik de kapperszaak binnenvallen.
'Wat, ben je op de fiets? Hoe ver is dat wel niet, en dan met dit weer! Mij niet gezien hoor. Hier meiske, neem een lekker stuk kersenvlaai. Ik ben gisteren jarig geweest.'
Aan de leestafel zit een rijzige man van tegen de zeventig. Terwijl zijn vrouw in de kappersstoel zit, pakt hij een tijdschrift uit zijn tas.
'Zo. En dan ga ik nu Checkpoint lezen. Dat lees ik elke maand helemaal want dat gaat over mij.'

Een oorlogsveteraan.

'Waar hebt u gediend?'
'In Nieuw-Guinea in 1961-1962. Wij waren het laatste bataljon dat ging. Eigenlijk zou het maar voor zes maanden zijn, maar het duurde uiteindelijk anderhalf jaar voordat we terug naar Nederland konden. We vochten midden in het oerwoud en in hoge velden. Niet iedereen heeft het overleefd hoor. Ons eten werd uit vliegtuigen gegooid. Het was altijd afwachten of we die dag iets kregen. Ik kan het wel tegen mijn vrouw vertellen, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt, snap je nooit wat ik daar gezien heb.'
'En uw makkers uit het bataljon...?'
'Ik heb ze nooit meer gezien. Ik kan naar de veteranendagen gaan, maar... tja, weet je... ik denk dat velen ons al ontvallen zijn... ik weet niet of ik dat wil weten.'

We kijken naar buiten. In een volière fladderen groene en gele kanaries.

'In Nieuw-Guinea kwamen de Blue Diamonds en Mieke Telkamp voor ons optreden. Van Mieke Telkamp kreeg ik een kaart waarop ze schreef: Dankjewel voor de rondrit in de jeep. Ik draag die kaart nog altijd bij me in mijn portemonnee. Ik ben nog wel eens naar een optreden van de Blue Diamonds hier in Nederland geweest om ze de foto's te laten zien uit die tijd.'

Ik ben geknipt en zet mijn fietshelm op. Er hangt regen in de lucht.
'Nou meiske, als je zo ver kunt fietsen met dit weer, kom dan ook maar eens bij ons langs.'
De kersenvlaai en de oorlogsveteraan. Ik red het wel, die 21 kilometer tot de warme douche thuis.

(blogpost van 19 juni 2011)

Appeltaart

We zaten tegenover elkaar aan de leestafel van een grand café. Hij las Psychologie Magazine, ik wachtte op mijn afspraak. 

"Hebt u quiche?" vroeg hij aan de juffrouw.
"Nee, wel taart." antwoordde zij.
Hij staarde naar de kaart. Op deze druilerige dinsdagmiddag had hij wat lekkers bij zijn thee verdiend. Juist toen ik opkeek uit mijn krant, keek hij me vragend aan:
"Appeltaart of kersen?"
"Moet u mij niet aankijken," zei ik. Hij beantwoordde mijn blik met een grote lach.
"Twee appeltaart juffrouw, met slagroom."